Op de Loolaan in Apeldoorn staan bomen die ouder zijn dan de meeste huizen in de straat. Het is een brede laan die richting het Paleispark loopt, het terrein waarachter Paleis Het Loo verdwijnt in het groen. Op een doordeweekse ochtend fietst hier een vrouw hier op haar gemak naar werk. De auto die langs haar rijdt is een gewone personen auto. Nergens staat een bord, nergens een groot hek, nergens een aanwijzing dat deze laan grenst aan een van de meest bijzondere woongebieden van Nederland. Dat is precies wat de regio zo onderscheidt.
Het is een doordeweekse ochtend op de Loolaan in Apeldoorn. Een man wandelt met zijn hond richting de bosrand. Vijftig meter verderop trekt een auto de oprit af, koffer in de kofferbak. De hond gaat het bos in. De auto gaat de snelweg op. Beiden zijn om negen uur op hun bestemming.
Dat beeld is typerend voor Apeldoorn, maar het laat iets onvermeld. Achter de bosrand aan het einde van de Loolaan begint het Kroondomein Het Loo. Het is het privébezit van het koningshuis, een uitgestrekt gebied van bos, heide en lange lanen. De bewoners van de villawijken aan de westkant van de stad weten precies waar de grens loopt. Maar ze praten er niet over. Het is de weg naar het bos. Meer is het niet. Apeldoorn is de enige grote stad in Nederland die letterlijk grenst aan een koninklijk domein. Paleis Het Loo staat op loopafstand van Berg en Bos. En toch wordt de nabijheid van het paleis nergens als statussymbool gebruikt. Dat is precies het punt.
Landheeren Makelaardij werkt al sinds 2001 in dit gebied, en eigenaar Ingrid Wijngaards kent het onderscheid van deze omging. Haar kantoor begeleidt kopers door Apeldoorn, Voorst en Epe. Een regio die op papier centraal gelegen ligt, enorm goed bereikbaar is en veel groen bevat, maar van binnen iets heeft wat je niet in een brochure kwijt kunt.